Citaat | Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 21 Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7855.

Deze bepaling behelst een verbod om aan vluchtelingen in de zin van het verdrag strafsancties op te leggen op grond van onrechtmatige binnenkomst of onrechtmatig verblijf. Ook indien moet worden aangenomen dat artikel 31 toepasselijk is op de vluchteling die reist met valse papieren levert de tekst van bovengenoemd artikellid geen aanknopingspunten op voor de gevolgtrekking dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging ter zake van het tenlastegelegde feit, te weten het in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het vals of vervalst is, terwijl de strekking van de bepaling - mede gelet op de daarin geformuleerde nadere voorwaarden voor de toepasselijkheid van de bepaling - evenmin noopt tot het aannemen van een dergelijke consequentie. De bescherming die verdachte op grond van artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag toekomt, is aldus naar het oordeel van het hof geen omstandigheid die de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie raakt, maar dient betrokken te worden bij de vraag of de verdachte strafbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9, en de alinea staat in dat document op bytes 9426 tot 10549.