Citaat | Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 26 Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7855.

Naar het oordeel van het hof valt naar uit voorgaande overweging voortvloeit niet ieder gebruik of bezit van valse of vervalste reisdocumenten onder de bescherming van artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag. Alleen gebruik van dergelijke documenten waardoor de inreis in een veilig land mogelijk wordt, valt onder die bescherming. Op verdergaand gebruik is artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing. Dit brengt met zich mee dat van degenen die valse of vervalste documenten gebruiken om de inreis in Nederland te garanderen verlangd mag worden dat zij in beginsel, nadat zij Nederland daadwerkelijk zijn binnengekomen, deze documenten niet verder als zodanig gebruiken en, indien zij (nog) in het bezit zijn van dergelijke documenten op het moment dat zij door de autoriteiten worden gecontroleerd, eigener beweging aanstonds melden dat zij niet in het bezit zijn van een geldig reisdocument doch slechts in het bezit zijn van valse of vervalste reispapieren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9, en de alinea staat in dat document op bytes 13186 tot 14204.