Citaat | Hoge Raad 5 juli 2011
Alinea 29 Hoge Raad 5 juli 2011
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7855.
Verdachte heeft bij zijn eerste en tweede verhoor aangegeven dat het door hem getoonde paspoort niet van hem was en dat hij dit wist. Zijn eindbestemming was Amsterdam. Hij wilde in Nederland asiel aanvragen. Bij zijn derde verhoor heeft verdachte verklaard dat hij in Wenen op de trein is gestapt richting Amsterdam. Bij zijn aanhouding had hij een balpen van een Nederlands bedrijf in zijn bezit, die voorzien was van een Nederlands telefoonnummer. Naar het oordeel van het hof komt verdachte gelet op deze feiten en omstandigheden voor het bezit van het valse paspoort geen bescherming toe op grond van artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag. Voor dit oordeel is niet van belang of verdachte al dan niet als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag moet worden beschouwd. De eindbestemming van verdachte was Amsterdam. Nadat hij Nederland was binnengereisd is verdachte door de marechaussee gecontroleerd. Weliswaar heeft verdachte nadat de hem controlerende verbalisant hem als verdacht van overtreding van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht had aangehouden, bij gelegenheid van zijn later plaats vindende verhoor aangegeven dat hij in Nederland asiel wilde aanvragen, maar dat gegeven laat onverlet dat hij niet dadelijk bij de controle door de marechaussee - op zijn minst - heeft aangegeven (of gepoogd aan te geven) dat het door hem overhandigde paspoort niet van hem was. Dat verdachte, zoals de raadsman heeft aangevoerd, slechts Somalisch en een klein beetje Arabisch spreekt, wordt weerlegd door de omstandigheid dat de verbalisanten de verdachte (ook) in de Engelse taal hebben gehoord. Deze taal werd door de verdachte volgens de verbalisanten in voldoende mate beheerst. Verdachte had dus bij overhandiging van het paspoort kunnen melden dat het niet van hem was. Dat verdachte niet wist dat hij in Nederland was, acht het hof niet aannemelijk, gelet op de reis die verdachte heeft ondernomen (Turkije-Griekenland-Oostenrijk-Nederland) en de omstandigheid dat de verdachte de Engelse taal in voldoende mate beheerst. Gelet op de omstandigheid dat verdachte vanuit Wenen op weg was naar Amsterdam en in het bezit was van een Nederlands telefoonnummer acht het hof niet aannemelijk dat verdachte niet wist dat hij in Nederland was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9, en de alinea staat in dat document op bytes 14967 tot 17257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9 | shasum -a 256