Citaat | Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 30 Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7855.

Het hof acht derhalve niet aannemelijk dat sprake was van omstandigheden die met zich brachten dat van verdachte in redelijkheid niet viel te vergen dat hij, na binnenkomst in Nederland, niet langer over een vals paspoort beschikte. Wat er ook zij van de vraag of verdachte moest reizen met valse documenten om enig veilig land binnen te komen, de noodzaak om valse of vervalste reispapieren te gebruiken of in bezit te hebben was in ieder geval geëindigd na binnenkomst in Nederland.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9, en de alinea staat in dat document op bytes 17314 tot 17813.