Citaat | Hoge Raad 5 juli 2011
Alinea 34 Hoge Raad 5 juli 2011
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7855.
2.5.1. In zijn arrest van (HR 8 maart 2011, LJN BO2915, NJ 2011/242, r.o. 2.4.2) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de beoordeling van een beroep op art. 31 Vluchtelingenverdrag geen onderscheid moet worden gemaakt tussen 'illegal entry or presence' enerzijds en het daarmee samenhangende bezit van valse identiteitspapieren anderzijds. Een andersluidende opvatting doet onvoldoende recht aan de bedoeling van art. 31 Vluchtelingenverdrag om vluchtelingen onder nadere, in het kader van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging te beoordelen voorwaarden te vrijwaren van vervolging wegens 'illegal entry or presence' en zou de met die bepaling beoogde bescherming van vluchtelingen ernstig tekort doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9, en de alinea staat in dat document op bytes 18464 tot 19207.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9 | shasum -a 256