Citaat | Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 37 Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7855.

2.6.2. Het Hof heeft bij de verwerping van het beroep op overmacht als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat in een geval als het onderhavige, waarin de verdachte Nederland is ingereisd met valse identiteitspapieren, de bescherming van art. 31 Vluchtelingenverdrag slechts kan worden ingeroepen indien de verdachte dadelijk bij de inreiscontrole door de marechaussee aangeeft (of poogt aan te geven) dat het door hem overhandigde paspoort vals is. Dat oordeel geeft blijk van een onjuiste, want te beperkte uitleg van art. 31 Vluchtelingenverdrag. Het middel klaagt daarover terecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9, en de alinea staat in dat document op bytes 20441 tot 21041.