Citaat | Hoge Raad 29 november 2011

Alinea 19 Hoge Raad 29 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8497.

Hieromtrent wordt het volgende overwogen. Door de raadsvrouw is betoogd dat de huiszoeking heeft plaatsgevonden op basis van artikel 9 van de Opiumwet. Evenals de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de stukken die na de terechtzitting van het hof van 1 december 2008 aan het dossier zijn toegevoegd, bevestigen dat de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie ter inbeslagneming de woning heeft doorzocht. Deze bevoegdheid komt de rechter-commissaris toe op grond van artikel 110 van het Wetboek van Strafvordering. Nu het een huiszoeking op gezag van de rechter-commissaris betreft, mag het hof als zittingsrechter de be-slissing daartoe slechts marginaal toetsen. Het hof dient te beoordelen of de rechter-commissaris in redelijkheid tot zijn oordeel omtrent de vordering tot doorzoeking ter inbeslagneming heeft kunnen komen. De rechter-commissaris heeft naar het oordeel van het hof op grond van de vordering van de officier van justitie en het daarbij overgelegde proces-verbaal omtrent de CIE-informatie, welke als betrouwbaar was aangemerkt, in redelijkheid tot de beslissing tot doorzoeking van de woning van verdachte (hetgeen ook het doorzoeken van bij verdachte in gebruik zijnde voertuigen impliceert) kunnen komen. Nu de doorzoeking van de woning en de auto rechtmatig zijn geweest, ziet het hof geen aanleiding om de resultaten van de doorzoekingen van het bewijs uit te sluiten."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83a3a9fae5ea5ce65ed47b62d53d854d53b47f706e112167f1da570ecffeba3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83a3a9fae5ea5ce65ed47b62d53d854d53b47f706e112167f1da570ecffeba3f, en de alinea staat in dat document op bytes 7074 tot 8510.