Citaat | Hoge Raad 27 mei 2011
Alinea 52 Hoge Raad 27 mei 2011
Een alinea uit Hoge Raad 27 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8689.
3.4.2 Zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 19 en 34 nader is uiteengezet, moet uit het arrest van het HvJEG van 20 februari 1997, zaak C-106/95 (MSG/Gravières Rhénanes), Jurispr. 1997, p. I-911, LJN AD2692, NJ 1998/565, worden afgeleid dat indien een forumkeuzebeding voldoet aan het vormvoorschrift van art. 23 lid 1, onder c, en niet is geprotesteerd tegen de forumkeuze, wilsovereenstemming tussen partijen met betrekking tot de forumkeuze wordt vermoed te bestaan, behoudens tegenbewijs. Daartoe is vereist dat de gehanteerde vorm overeenstemt met een gewoonte waarvan partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16fec97485cd95a856c173aa00588aab8371151d96b38fee3e2db909de3cd3b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16fec97485cd95a856c173aa00588aab8371151d96b38fee3e2db909de3cd3b1, en de alinea staat in dat document op bytes 18225 tot 19047.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/16fec97485cd95a856c173aa00588aab8371151d96b38fee3e2db909de3cd3b1 | shasum -a 256