Citaat | Hoge Raad 25 maart 2011

Alinea 16 Hoge Raad 25 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8968.

2.3. In het onderhavige geval staat vast dat het intracommunautaire vervoer van de goederen dat in verband kon worden gebracht met de beide opeenvolgende leveringen, is geëindigd in een andere lidstaat dan Nederland. Voorts staat vast dat E B.V.B.A. en F B.V.B.A. bij het sluiten van de koopovereenkomsten tegenover belanghebbende hebben verklaard dat de goederen naar België zouden worden vervoerd, deze vennootschappen zich voorts jegens belanghebbende kenbaar hebben gemaakt met het aan hen in die lidstaat toegekende btw-identificatienummer, en belanghebbende niet eerder dan nadat de goederen Nederland hadden verlaten ervan op de hoogte is gebracht dat de goederen waren doorverkocht voordat deze bij haar bedrijfsvestiging werden opgehaald. Gelet op de punten 35 en 36 van het hiervoor in 1 vermelde arrest van het Hof van Justitie kan reeds hierom worden geoordeeld dat belanghebbende de door haar verrichte leveringen aan die vennootschappen heeft mogen beschouwen als intracommunautaire leveringen en dat zij terecht ter zake van deze leveringen geen omzetbelasting op aangifte heeft voldaan, zodat geen grondslag bestaat voor het aan haar opleggen van naheffingsaanslagen. Onder deze omstandigheden behoeft de vraag in welke lidstaat de macht om als een eigenaar over de goederen te beschikken aan K is overgedragen, niet te worden beantwoord. Middel 2 slaagt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/831ca4c886a3d11755887be65acdb9b80e2d929f69451c402853677a63bff2d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 831ca4c886a3d11755887be65acdb9b80e2d929f69451c402853677a63bff2d5, en de alinea staat in dat document op bytes 8952 tot 10347.