Citaat | Hoge Raad 5 april 2011

Alinea 16 Hoge Raad 5 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0170.

3.2.1. In de aanvrage wordt in de eerste plaats aangevoerd dat het Hof de aanvrager zou hebben vrijgesproken indien het bekend was geweest met de bij de aanvrage overgelegde verklaringen van [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3], inhoudende dat [betrokkene 1] tegenover hen heeft bekend dat hij het is geweest die [slachtoffer] heeft gedood.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d26c8521cfd5947fb82f38114498ba8cae1ab1b919b3a27e08a4ac19947853a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d26c8521cfd5947fb82f38114498ba8cae1ab1b919b3a27e08a4ac19947853a0, en de alinea staat in dat document op bytes 5673 tot 6029.