Citaat | Hoge Raad 5 april 2011
Alinea 18 Hoge Raad 5 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0170.
3.3.1. In de aanvrage wordt in de tweede plaats aangevoerd dat het Hof de aanvrager zou hebben vrijgesproken indien het bekend was geweest met een fragment uit het dagboek van [betrokkene 2] waarin genoemde [betrokkene 1] als de dader wordt aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d26c8521cfd5947fb82f38114498ba8cae1ab1b919b3a27e08a4ac19947853a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d26c8521cfd5947fb82f38114498ba8cae1ab1b919b3a27e08a4ac19947853a0, en de alinea staat in dat document op bytes 6583 tot 6849.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d26c8521cfd5947fb82f38114498ba8cae1ab1b919b3a27e08a4ac19947853a0 | shasum -a 256