Citaat | Hoge Raad 29 april 2011
Alinea 34 Hoge Raad 29 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0713.
3.2 Tegen het oordeel onder (a) is [verweerder], de ex-echtgenoot en tevens schuldeiser van [verzoekster], in hoger beroep opgekomen. Het oordeel onder (b) heeft hij niet bestreden. Het hof heeft de grief tegen het oordeel onder (a) gegrond bevonden, het vonnis van de rechtbank vernietigd en vastgesteld dat [verzoekster] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregling voortvloeiende verplichtingen. Het hof oordeelde aannemelijk dat [verzoekster] ten tijde van de schuldsaneringsregeling bij de eerder genoemde getuigen tegen betaling kunstnagels heeft gezet en dat zij de inkomsten daaruit niet heeft opgegeven aan de bewindvoerder. Deze omstandigheden achtte het hof voldoende om te oordelen dat [verzoekster] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen en dat haar de schone lei dient te worden onthouden. Deze tekortkomingen zijn naar het oordeel van het hof zodanig ernstig dat deze niet buiten beschouwing dienen te blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be08e5394f31624a77227a16bd72cbf15e8ee5adfaa0dc02cd55b24e6db53c8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be08e5394f31624a77227a16bd72cbf15e8ee5adfaa0dc02cd55b24e6db53c8b, en de alinea staat in dat document op bytes 8354 tot 9411.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be08e5394f31624a77227a16bd72cbf15e8ee5adfaa0dc02cd55b24e6db53c8b | shasum -a 256