Citaat | Hoge Raad 13 december 2011
Alinea 30 Hoge Raad 13 december 2011
Een alinea uit Hoge Raad 13 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0834.
In de derde plaats vreest de commissie dat de rechter de benadeelde partij niet ontvankelijk zal verklaren omdat een vordering die moet worden bewezen met behulp van getuigen niet eenvoudig van aard is en derhalve niet voldoet aan het criterium van het voorgestelde artikel 361, derde lid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175f9136fa03ed6a7493838323a761366414d23b280b0c3660ebcd32a9895f46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175f9136fa03ed6a7493838323a761366414d23b280b0c3660ebcd32a9895f46, en de alinea staat in dat document op bytes 11818 tot 12121.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/175f9136fa03ed6a7493838323a761366414d23b280b0c3660ebcd32a9895f46 | shasum -a 256