Citaat | Hoge Raad 13 december 2011
Alinea 33 Hoge Raad 13 december 2011
Een alinea uit Hoge Raad 13 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0834.
2.5. Voor zover het middel klaagt dat het Hof het verzoek tot het horen van de getuige over de vordering van de benadeelde partij heeft afgewezen, geldt het volgende. Nu het de benadeelde partij ingevolge art. 334, eerst lid, Sv niet is toegestaan ter onderbouwing van haar vordering getuigen aan te brengen, staan de eisen van een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM, in het bijzonder de equality of arms, eraan in de weg dat wel aan de verdachte de bevoegdheid zou toekomen met betrekking tot deze vordering getuigen aan te brengen. Dat is, blijkens de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis, ook de opvatting van de wetgever geweest. De klacht faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175f9136fa03ed6a7493838323a761366414d23b280b0c3660ebcd32a9895f46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175f9136fa03ed6a7493838323a761366414d23b280b0c3660ebcd32a9895f46, en de alinea staat in dat document op bytes 13099 tot 13770.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/175f9136fa03ed6a7493838323a761366414d23b280b0c3660ebcd32a9895f46 | shasum -a 256