Citaat | Hoge Raad 26 april 2011

Alinea 32 Hoge Raad 26 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0838.

"Ten derde heeft de raadsman aangevoerd dat er sprake is van voltooide c.q. dreigende flagrante schending van mensenrechten, te weten de veiligheid van de persoon van de opgeëiste persoon, alsmede het feit dat in Suriname geen sprake kan zijn van een eerlijk proces. De opgeëiste persoon is in 2002 slachtoffer geworden van marteling in de Surinaamse gevangenis. Er zijn onder meer spijkers in zijn voeten geslagen. Tevens is er sprake van onderbezetting van de rechterlijke macht aldaar en draagt de politieke situatie niet bij aan een eerlijk proces.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfe391aa2b95e4ac2964bcb975eee7ef8dcab914c226bbb04827d0cb6d8d524. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfe391aa2b95e4ac2964bcb975eee7ef8dcab914c226bbb04827d0cb6d8d524, en de alinea staat in dat document op bytes 12156 tot 12723.