Citaat | Hoge Raad 17 juni 2011

Alinea 63 Hoge Raad 17 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 17 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1774.

3.4.1 Onderdeel 1, dat gericht is tegen hetgeen het hof in rov. 1.5 en 1.6 heeft overwogen, behelst het verwijt dat het hof [eiseres] ten onrechte de mogelijkheid om tijdig te antwoorden heeft onthouden door eerst op de rolzitting van 1 september 2009 te beslissen dat, zoals ook besloten ligt in de vaststelling dat [eiseres] niet binnen de daarvoor gestelde termijn van twee weken een memorie van antwoord in het incident had genomen, geen uitstel werd verleend, met als gevolg verval van het recht om te antwoorden. Naar het onderdeel betoogt, is deze rolbeslissing onder meer daarom onjuist omdat het hof op grond van een redelijke toepassing van art. 1.9 van het hier aan de orde zijnde reglement (mede in het licht van de art. 19 en 347 lid 3 Rv. en van hetgeen de rechtszekerheid eist) gehouden was [eiseres] zodanig tijdig over de weigering te berichten dat zij op die rolzitting van 1 september 2009 nog had kunnen antwoorden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/790ddf0a6c03015a8978d9a70f0a3ba971febe88a68651dcd714bc5d8e218ae8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 790ddf0a6c03015a8978d9a70f0a3ba971febe88a68651dcd714bc5d8e218ae8, en de alinea staat in dat document op bytes 13644 tot 14592.