Citaat | Hoge Raad 31 mei 2011

Alinea 25 Hoge Raad 31 mei 2011

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1972.

Het hof schuift deze lezing van de verdachte erop neerkomende dat de geldopnames in de bewezenverklaarde periode door [slachtoffer] persoonlijk dan wel in zijn opdracht zijn geschied als zijnde ongeloofwaardig terzijde en overweegt daartoe als volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b4674e8296d4af9d814e2dd229487c5abdcc08e22b53d0f33253f0e999cdfea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b4674e8296d4af9d814e2dd229487c5abdcc08e22b53d0f33253f0e999cdfea, en de alinea staat in dat document op bytes 10622 tot 10885.