Citaat | Hoge Raad 31 mei 2011

Alinea 26 Hoge Raad 31 mei 2011

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1972.

Dat [slachtoffer] die niet in staat was zelfstandig te functioneren en daartoe vier dagen per week in dagbehandeling was bij een GGZ-instelling, zelfstandig meermalen met een taxi naar een pinautomaat te Amstelveen en Vinkenveen is gereden om daar zelfstandig een bedrag van € 1.000,- te pinnen acht het hof niet aannemelijk geworden. Te meer niet, nu de verdachte zelf heeft verklaard dat [slachtoffer] in een beginnend stadium van dementie verkeerde en zeer achterdochtig was waar het geld betrof. Voorts is noch uit de zeer summiere rapportage van de verdachte noch uit andere bronnen aannemelijk geworden dat [slachtoffer] grote geldbedragen in zijn woning bewaarde dan wel op enigerlei wijze heeft aangewend. Voorts is opmerkelijk te achten dat de giroafschriften over de periode van 22 september 2003 tot en met december 2003 niet in de nagelaten boedel van [slachtoffer] zijn aangetroffen, terwijl de taak van verdachte in het bijzonder was gelegen in de organisatorische begeleiding van [slachtoffer] op het beheer van zijn financiën.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b4674e8296d4af9d814e2dd229487c5abdcc08e22b53d0f33253f0e999cdfea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b4674e8296d4af9d814e2dd229487c5abdcc08e22b53d0f33253f0e999cdfea, en de alinea staat in dat document op bytes 10893 tot 11951.