Citaat | Hoge Raad 31 mei 2011

Alinea 28 Hoge Raad 31 mei 2011

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1972.

2.3. Het middel berust op de opvatting dat art. 321 Sr vereist dat de verdachte het goed dat hij zich heeft toegeëigend, op grond van een rechtsverhouding onder zich had. Die opvatting vindt echter geen steun in het recht. Daarop stuit het middel af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b4674e8296d4af9d814e2dd229487c5abdcc08e22b53d0f33253f0e999cdfea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b4674e8296d4af9d814e2dd229487c5abdcc08e22b53d0f33253f0e999cdfea, en de alinea staat in dat document op bytes 12405 tot 12670.