Citaat | Hoge Raad 31 mei 2011

Alinea 14 Hoge Raad 31 mei 2011

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1978.

2.1. Het middel klaagt dat het Hof het verweer dat het vorderen door de verbalisanten van een identiteitsbewijs van de verdachte niet in het kader van de rechtmatige uitoefening van hun taak was, onbegrijpelijk gemotiveerd heeft verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bf71f95ab97bbe47047cfa0c0438ebaeaeab88e4d094cf69c4c5d537f345db9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bf71f95ab97bbe47047cfa0c0438ebaeaeab88e4d094cf69c4c5d537f345db9, en de alinea staat in dat document op bytes 6733 tot 6985.