Citaat | Hoge Raad 31 mei 2011
Alinea 21 Hoge Raad 31 mei 2011
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1978.
Nadat de bestuurder was uitgestapt, hebben de verbalisanten de bestuurder op grond van de Wegenverkeerswet naar zijn rijbewijs gevraagd. Vervolgens maakte de bestuurder, die bleek te zijn genaamd [betrokkene 1], de opmerking: "Laatst werd ik ook al aangehouden omdat ik een breekijzer in mijn auto had liggen". Hierop hebben de verbalisanten ook de verdachte gevorderd zijn legitimatiebewijs te tonen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bf71f95ab97bbe47047cfa0c0438ebaeaeab88e4d094cf69c4c5d537f345db9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bf71f95ab97bbe47047cfa0c0438ebaeaeab88e4d094cf69c4c5d537f345db9, en de alinea staat in dat document op bytes 7950 tot 8364.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bf71f95ab97bbe47047cfa0c0438ebaeaeab88e4d094cf69c4c5d537f345db9 | shasum -a 256