Citaat | Hoge Raad 31 mei 2011
Alinea 27 Hoge Raad 31 mei 2011
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1978.
Een dergelijke situatie is hier niet aan de orde. Het was immers een vrijdagavond, een uitgaansavond en dan is het zeker niet ongewoon dat een groepje mensen zich in een auto bevindt op een nachtelijk tijdstip en het terrein van een benzinepomp oprijdt met de bedoeling daar te gaan tanken. Er was dus geen situatie waarin de verdachte om zijn legitimatiebewijs gevraagd mocht worden. Door dit wel te doen is de verdachte in zijn belang geschaad: immers als er niet om zijn legitimatiebewijs was gevraagd, dan hadden de verbalisanten niet geweten dat hij onrechtmatig in Nederland verbleef. Het prijsgeven van zijn identiteit en de daardoor mogelijk geworden vaststelling van verdachtes status dient als verboden vrucht van deze onrechtmatige vordering van het bewijs te worden uitgesloten, zodat vrijspraak dient te volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bf71f95ab97bbe47047cfa0c0438ebaeaeab88e4d094cf69c4c5d537f345db9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bf71f95ab97bbe47047cfa0c0438ebaeaeab88e4d094cf69c4c5d537f345db9, en de alinea staat in dat document op bytes 9226 tot 10063.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bf71f95ab97bbe47047cfa0c0438ebaeaeab88e4d094cf69c4c5d537f345db9 | shasum -a 256