Citaat | Hoge Raad 31 mei 2011
Alinea 32 Hoge Raad 31 mei 2011
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1978.
Wat er van zij of de vordering tot inzage van het rijbewijs en kentekenbewijs van [betrokkene 1] op grond van de Wegenverkeerswet 1994 onder de gegeven omstandigheden rechtmatig was, de verdachte kan, nu die vordering niet aan hem werd gedaan maar aan [betrokkene 1], in het licht van een redelijke toepassing van de Schütznorm, geen beroep doen op een eventueel gebrek in die vordering, omdat die norm - zo er al sprake zou zijn van een schending - niet jegens de verdachte is geschonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bf71f95ab97bbe47047cfa0c0438ebaeaeab88e4d094cf69c4c5d537f345db9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bf71f95ab97bbe47047cfa0c0438ebaeaeab88e4d094cf69c4c5d537f345db9, en de alinea staat in dat document op bytes 11731 tot 12234.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bf71f95ab97bbe47047cfa0c0438ebaeaeab88e4d094cf69c4c5d537f345db9 | shasum -a 256