Citaat | Hoge Raad 10 juni 2011

Alinea 41 Hoge Raad 10 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2178.

3.2 Voor zover in cassatie van belang gaat de onderhavige zaak over het volgende. De toenmalige curator van UF (hierna eveneens als de curator aan te duiden) heeft zich op het standpunt gesteld, kort gezegd, dat de cessie van 5 maart 2000 onverplicht is geschied, dat de schuldeisers van UF daardoor zijn benadeeld, dat UV en Artocarpus zich daarvan bij het aangaan van de cessieovereenkomst bewust waren, en vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat de cessie paulianeus is. Voorts vordert de curator voor recht te verklaren dat de cessie rechtsgeldig door hem is vernietigd, dat de vordering op [A] bijgevolg deel is gaan uitmaken van de faillissementsboedel van UF, en veroordeling van Artocarpus om al hetgeen zij van of namens [A] betaald heeft gekregen of betaald zal krijgen uit hoofde van het arrest van het gerechtshof te Arnhem van 10 februari 2004 aan de curator (terug) te betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eee66f5e4985754c0b444e19b1465a3f89aa713975c9d51333fcaeaf6f85996f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eee66f5e4985754c0b444e19b1465a3f89aa713975c9d51333fcaeaf6f85996f, en de alinea staat in dat document op bytes 9762 tot 10682.