Citaat | Hoge Raad 17 juni 2011

Alinea 46 Hoge Raad 17 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 17 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2302.

3.4.1 Het middel klaagt in de eerste plaats dat het hof aldus heeft miskend, dat voor het antwoord op de vraag of het beroep van [verweerder] op de regeling van de parlementaire immuniteit in art. III.20, die beperkt is tot hetgeen in de vergaderingen van de Staten of van commissies daaruit is gezegd of schriftelijk overgelegd, strijd oplevert met het in art. 6 lid 1 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter, wél van belang is dat niet is gebleken dat het uitschelden van [verzoeker] voor "pedofiel" op enigerlei wijze verband hield met het onderwerp van de Statenvergadering van 1 juni 2009 of eerdere vergaderingen in het recente verleden. De immuniteit van deelnemers aan een vergadering van algemeen vertegenwoordigende organen vindt haar grond in het publieke belang dat de deelnemers aan een dergelijke vergadering zich daar vrijelijk kunnen uiten opdat de democratische controle op het openbaar bestuur goed kan worden uitgeoefend, en bezwaarlijk kan worden aanvaard dat het uitschelden van een parlementariër voor pedofiel in enig opzicht verband houdt met de democratische controle, aldus het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e99fc9ce9fa0de907bbd9c4f0e37aeb5cc0707ae3f3196395a7bb53ed8d8da02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e99fc9ce9fa0de907bbd9c4f0e37aeb5cc0707ae3f3196395a7bb53ed8d8da02, en de alinea staat in dat document op bytes 13183 tot 14320.