Citaat | Hoge Raad 18 november 2011

Alinea 26 Hoge Raad 18 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2860.

3.3. De Rechtbank heeft geoordeeld dat F en G tezamen met belanghebbende behoren tot één groep in de zin van artikel 2:24b BW. Hiertegen richt zich middel 1 in de eerste plaats met het betoog dat geen sprake is van organisatorische verbondenheid tussen F, G en belanghebbende, omdat de centrale leiding en het bestuur over belanghebbende niet worden uitgeoefend door F maar door I N.V. In de tweede plaats acht het middel onjuist het oordeel van de Rechtbank dat ook sprake is van een groep als F en belanghebbende functioneren als participatiemaatschappijen, omdat volgens de tot 2005 gegolden hebbende Richtlijnen voor de jaarverslaggeving participatiemaatschappijen geen groepsmaatschappijen zijn. In de derde plaats richt het middel zich tegen de verwerping door de Rechtbank van belanghebbendes beroep op de wetsgeschiedenis van artikel 10d van de Wet, waaruit volgens belanghebbende volgt dat van een groep in de zin van artikel 2:24b BW geen sprake is indien een geconsolideerde jaarrekening ontbreekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc1ff939925b919ec083fbec2f9f466b626dcdd819c05b7f46b9ddd6392c101b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc1ff939925b919ec083fbec2f9f466b626dcdd819c05b7f46b9ddd6392c101b, en de alinea staat in dat document op bytes 8937 tot 9962.