Citaat | Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 39 Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2935.

3.2.2 De rechtbank heeft - overeenkomstig de wens van partijen - eerst beslist over de vraag of de compensatievergoedingen zijn aan te merken als schade die aan de veroorzaker van de kabelbeschadiging kan worden toegerekend in de zin van art. 6:98 BW. Zij is veronderstellenderwijs ervan uitgegaan dat Bouwcombinatie en/of [eiseres 2] aansprakelijk zijn respectievelijk is voor die schade. De rechtbank heeft de vordering van Liander afgewezen en heeft daartoe, samengevat, overwogen dat uit art. 31 Elektriciteitswet 1998 in verbinding met art. 6.3.1 en 6.3.2 Netcode voor Liander de verplichting voortvloeit om er een zodanig adequate organisatie op na te houden dat stroomstoringen binnen vier uur kunnen worden opgelost. Nu het Liander niet is gelukt de stroomstoringen binnen dat tijdsbestek te verhelpen, moet in beginsel ervan worden uitgegaan dat zij haar organisatie niet voldoende adequaat had ingericht, zodat de compensatievergoedingen die zij verschuldigd is geworden, moeten worden toegerekend aan haar eigen nalaten en deze niet aan Bouwcombinatie c.s. kunnen worden toegerekend in de zin van art. 6:98 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5b1efa0ffc5f11c0b5e348e9f77c3cc7a3311965385dbe23b6ae57cda7f5cc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5b1efa0ffc5f11c0b5e348e9f77c3cc7a3311965385dbe23b6ae57cda7f5cc3, en de alinea staat in dat document op bytes 10230 tot 11364.