Citaat | Hoge Raad 2 september 2011
Alinea 61 Hoge Raad 2 september 2011
Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ3876.
Het hof heeft vooropgesteld dat, gelet op de betwisting door [eiser] c.s., vooralsnog onvoldoende vaststaat dat er sprake was van expliciete afspraken, hetzij in 1987, hetzij in of omstreeks 1995, waaruit blijkt dat partijen beoogden een maatschapsovereenkomst te sluiten (rov. 4.14). Het heeft vervolgens overwogen dat eerst aan de orde komt de vraag of op grond van alle overige omstandigheden en aanwijzingen geoordeeld moet worden dat er vanaf enig moment een maatschap bestond (rov. 4.15). Het hof heeft onderschreven de algemene kenmerken en aspecten van een maatschap die de rechtbank in rov. 3.4 van haar vonnis heeft uiteengezet, waaronder dat de overeenkomst van maatschap een consensuele, vormvrije overeenkomst is, die niet noodzakelijk schriftelijk behoeft te worden aangegaan, en zelfs stilzwijgend, op grond van gedragingen van partijen, tot stand kan komen (rov. 4.18). In rov. 4.19 heeft het hof de verschillende elementen van een maatschap onderscheiden, te weten: "overeenkomst"; "samenwerking; gelijkheid/gelijkwaardigheid"; "verdeling van voordeel"; "inbreng", en "gerichtheid op voordeel voor alle deelnemers". Deze overwegingen zijn in cassatie niet bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a551ed7102eff7fc360915419a237f893498106cf5e70101c315abd1c87365d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a551ed7102eff7fc360915419a237f893498106cf5e70101c315abd1c87365d5, en de alinea staat in dat document op bytes 15298 tot 16494.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a551ed7102eff7fc360915419a237f893498106cf5e70101c315abd1c87365d5 | shasum -a 256