Citaat | Hoge Raad 22 november 2011
Alinea 63 Hoge Raad 22 november 2011
Een alinea uit Hoge Raad 22 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ3985.
10. Als bijlage bij deze pleitnota is een afschrift gevoegd van een uitspraak van de rechtbank Den Haag d.d. 12 februari 2008 (09/754009-03). In die zaak ging het om een vrijwel identiek geval als het onderhavige. Ten aanzien van de feiten 1 en 2 in die zaak werd geen ontneming gevorderd omdat inbeslagname had plaatsgehad. De omschrijving van feit 3 op de tenlastelegging was dezelfde als in de zaak [betrokkene]. Verdachte in de Haagse zaak was - enkel - veroordeeld wegens het vervoeren van hashish gedurende twee maanden. De rechtbank overwoog dat de handelingen verkoop en inkopen niet aan de ontnemingsvordering ten grondslag konden worden gelegd, omdat voor die feiten een vrijspraak was gevolgd (die feiten waren uitgestreept). Er was enkel sprake van een veroordeling wegens vervoeren waarvan - zo stelt de rechtbank - niet zonder meer kan worden aangenomen dat dat voordeel heeft opgeleverd. De rechtbank acht het op zichzelf niet aannemelijk dat de veroordeelde geen geld heeft ontvangen voor zijn werkzaamheden, maar die algemene ervaringsregel is onvoldoende om tot de vaststelling te komen dat daadwerkelijk voordeel is behaald. Het steunbewijs ontbrak waardoor de rechtbank de vordering afwees.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2552fbdef3f94362c838c8ce6ac4669c103cbb87f7154191dd4a59e77938764a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2552fbdef3f94362c838c8ce6ac4669c103cbb87f7154191dd4a59e77938764a, en de alinea staat in dat document op bytes 22064 tot 23287.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2552fbdef3f94362c838c8ce6ac4669c103cbb87f7154191dd4a59e77938764a | shasum -a 256