Citaat | Hoge Raad 13 mei 2011
Alinea 23 Hoge Raad 13 mei 2011
Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4291.
3.3.2. De in 3.3.1 vermelde regel is door de Hoge Raad ook toegepast op stellingen die van belang zijn voor de beoordeling door de rechter van de ontvankelijkheid van een bij hem ingesteld rechtsmiddel, zoals de stelling dat een beroepschrift of een verzetschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd (zie HR 8 juli 2005, nr. 39773, LJN AT8940, BNB 2006/50, en HR 8 juli 2005, nr. 41150, LJN AT8946, BNB 2006/51). De consequentie hiervan is dat de rechter, indien een belanghebbende een dergelijke stelling inneemt, niet kan overgaan tot een met die stelling onverenigbare niet-ontvankelijkverklaring van het beroep of het verzet zonder het bestuursorgaan in het geding te betrekken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/add0ea8f582ff2fe35b6655a8f0ced3424ec61ea552703faaae4b7ad7822ee42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt add0ea8f582ff2fe35b6655a8f0ced3424ec61ea552703faaae4b7ad7822ee42, en de alinea staat in dat document op bytes 9060 tot 9770.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/add0ea8f582ff2fe35b6655a8f0ced3424ec61ea552703faaae4b7ad7822ee42 | shasum -a 256