Citaat | Hoge Raad 28 juni 2011
Alinea 25 Hoge Raad 28 juni 2011
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4435.
Daarop zag ik dat verdachte terug ging naar de bestuurderszijde van zijn auto. Ik ben in onze bus gestapt en zette onze bus een klein stukje naar achteren. Dit deed ik om te voorkomen dat verdachte met zijn voertuig weg zou rijden. Ik stapte uit. Toen hoorde ik dat verdachte zijn motorvoertuig in beweging bracht. Ik hoorde collega [betrokkene 2] luidkeels tegen [betrokkene 1] schreeuwen dat hij daar weg moest gaan. [Betrokkene 1] zat op dat moment op zijn knieën naast het voertuig van verdachte. Ik voelde dat de auto van verdachte tegen mijn benen aan reed. Ik voelde hevige pijn in mijn beide knieën. Ik voelde dat mijn hand pijn deed en ik zag dat mijn hand klem zat tussen de deur en de deurstijl. Ik zag dat de auto van verdachte tegen de deur van mijn dienstbus stond. Zelf hing ik, met mijn hand beklemd aan de deur, over zijn achterbak heen. Ik hoorde mijn collega schreeuwen dat verdachte vooruit moest rijden met zijn auto.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac5502fc58fe48f413032ff3964df7a617945db85835923f78aa6f7c022a42f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac5502fc58fe48f413032ff3964df7a617945db85835923f78aa6f7c022a42f3, en de alinea staat in dat document op bytes 8242 tot 9195.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac5502fc58fe48f413032ff3964df7a617945db85835923f78aa6f7c022a42f3 | shasum -a 256