Citaat | Hoge Raad 28 juni 2011

Alinea 37 Hoge Raad 28 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4435.

3.3. Blijkens zijn onder 3.2.3 weergegeven bewijsoverweging heeft het Hof aan de verwerping van het door de verdediging gevoerde verweer dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet kan hebben gehad en aan de vaststelling dat de verdachte wel opzet heeft gehad, mede ten grondslag gelegd dat de verdachte zelf heeft verklaard dat hij heeft gezien dat een wielklem werd aangelegd aan zijn auto door ambtenaren van Stadstoezicht/Parkeerbeheer en voorts dat een busje van Stadstoezicht in de buurt van zijn auto aanwezig was. Het Hof heeft deze feiten en omstandigheden daarmee redengevend geacht voor de bewezenverklaring. Nu de gebezigde bewijsmiddelen niets inhouden omtrent deze feiten en omstandigheden en het Hof in zijn bewijsoverweging niet het wettige bewijsmiddel heeft aangegeven waaraan het die feiten en omstandigheden heeft ontleend, is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac5502fc58fe48f413032ff3964df7a617945db85835923f78aa6f7c022a42f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac5502fc58fe48f413032ff3964df7a617945db85835923f78aa6f7c022a42f3, en de alinea staat in dat document op bytes 13296 tot 14223.