Citaat | Hoge Raad 17 juni 2011

Alinea 42 Hoge Raad 17 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 17 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4833.

3.2.2 Nadat de rechtbank Utrecht de zaak had overgedragen aan de rechtbank 's-Gravenhage ter verdere behandeling, heeft de moeder verweer gevoerd tegen het verzoek van de Centrale Autoriteit. De moeder heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren. Voorts heeft zij gesteld dat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is gebleven en bij haar nimmer de intentie heeft bestaan zich definitief in Griekenland te vestigen, zodat van kinderontvoering geen sprake is en de terugkeer niet kan worden bevolen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc6eef7da336185b55e4a5febdb4cdf982520f78ee4aac7972acffbd7c4e91e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc6eef7da336185b55e4a5febdb4cdf982520f78ee4aac7972acffbd7c4e91e0, en de alinea staat in dat document op bytes 11033 tot 11602.