Citaat | Hoge Raad 17 juni 2011

Alinea 50 Hoge Raad 17 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 17 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4833.

3.4.2 Het onderdeel klaagt in de eerste plaats dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip 'gewone verblijfplaats' in de zin van art. 13 HKOV doordat het hof uitsluitend, althans in overwegende mate, feiten en omstandigheden die betrekking hebben op (de duur en aard van) het verblijf van de moeder en de kinderen in Griekenland in zijn overwegingen heeft betrokken. Indien het hof niet is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, heeft het hof, aldus het onderdeel, zijn oordeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd, omdat het hof slechts aandacht heeft besteed aan de binding van de kinderen met Griekenland en niet (voldoende kenbaar) heeft onderzocht met welke plaats en welk land de kinderen - gelet op alle omstandigheden van het geval - de nauwste maatschappelijke binding hebben, althans heeft het hof de stellingen van de moeder, die tot het oordeel zouden moeten of kunnen leiden dat de gewone verblijfplaats van de kinderen niet Griekenland, maar Nederland is, onvoldoende kenbaar in zijn oordeel betrokken. Dit laatste geldt eveneens voor de uitspraak van de Griekse rechter, aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc6eef7da336185b55e4a5febdb4cdf982520f78ee4aac7972acffbd7c4e91e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc6eef7da336185b55e4a5febdb4cdf982520f78ee4aac7972acffbd7c4e91e0, en de alinea staat in dat document op bytes 17049 tot 18213.