Citaat | Hoge Raad 6 september 2011
Alinea 22 Hoge Raad 6 september 2011
Een alinea uit Hoge Raad 6 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8198.
[Verdachte] uit [plaats] heb ik jaren geleden mijn bankpasje en pincode gegeven om mij te helpen mijn financiële zaken te regelen. Ik had hem in de arm genomen als vrijwilliger. Bij zijn bezoek aan mij zegt hij dat hij mijn bankpasje moet hebben om wat zaken te regelen. Vervolgens verdwijnt hij met mijn bankpas en komt hij later met zijn maat weer terug. Ik weet niet wat hij doet met mijn bankpas als hij weggaat. Ik wil het eigenlijk ook niet, maar als ik weiger praat hij op me in en geef ik hem toch de pas.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be8395ce6f501e2867b48848f807cb706e8d92682f55e76be43d44482dc19bc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be8395ce6f501e2867b48848f807cb706e8d92682f55e76be43d44482dc19bc6, en de alinea staat in dat document op bytes 7398 tot 7926.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be8395ce6f501e2867b48848f807cb706e8d92682f55e76be43d44482dc19bc6 | shasum -a 256