Citaat | Hoge Raad 13 september 2011
Alinea 32 Hoge Raad 13 september 2011
Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8907.
2.4. Indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv, dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel - behoudens in het geval dat de verdachte uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in ieder geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken - dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen (vgl. HR 30 juni 2009, LJN BH3079, NJ 2009/349).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9aa520a1d656b074d5a249522eb135fef9e15b80a3d13edbe819c03f036fd0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9aa520a1d656b074d5a249522eb135fef9e15b80a3d13edbe819c03f036fd0f, en de alinea staat in dat document op bytes 13684 tot 14419.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f9aa520a1d656b074d5a249522eb135fef9e15b80a3d13edbe819c03f036fd0f | shasum -a 256