Citaat | Hoge Raad 28 oktober 2011
Alinea 87 Hoge Raad 28 oktober 2011
Een alinea uit Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9880.
3.5.8 Het voorgaande brengt mee dat het oordeel van het hof dat, gelet op de bedoelde ernst van de inbreuk en de onomkeerbaarheid van de gevolgen, de mogelijkheid van een rechterlijke toetsing vooraf dient te bestaan, tevergeefs wordt bestreden door de onderdelen 1a, 1b en 1d van het middel in het principale beroep, waarin naar de kern wordt betoogd dat als gevolg van de wederrechtelijkheid van het verblijf de ontruiming van een kraakpand op de voet van art. 551a Sv altijd en zonder meer de toets van art. 8 EVRM kan doorstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cab7ecb1947ee3e39a643261e5698271623fdc1ebc34c11bcef36c23de6635db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cab7ecb1947ee3e39a643261e5698271623fdc1ebc34c11bcef36c23de6635db, en de alinea staat in dat document op bytes 31551 tot 32096.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cab7ecb1947ee3e39a643261e5698271623fdc1ebc34c11bcef36c23de6635db | shasum -a 256