Citaat | Hoge Raad 29 november 2011
Alinea 18 Hoge Raad 29 november 2011
Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR2340.
Gelet op artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het niet (tijdig) indienen van een appelschriftuur tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie leiden. Hetzelfde geldt indien, zoals in casu mogelijkerwijs het geval is, de appelmemorie niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is ingediend. Dit betekent dat bezien moet worden of het belang van het appel in de onderhavige zaak, ook maatschappelijk bezien, zwaarder weegt dan de optionele (scherpe) sanctionering van de tardieve, en mogelijk ook onjuiste, indiening van de appelschriftuur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/082f447e28b5a51ab9a25ae668a32075d0ed9e6624f74962d645a83691ca9ce5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 082f447e28b5a51ab9a25ae668a32075d0ed9e6624f74962d645a83691ca9ce5, en de alinea staat in dat document op bytes 8270 tot 8855.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/082f447e28b5a51ab9a25ae668a32075d0ed9e6624f74962d645a83691ca9ce5 | shasum -a 256