Citaat | Hoge Raad 4 november 2011

Alinea 33 Hoge Raad 4 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 4 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR5310.

3.3 De onderdelen slagen. In het licht van genoemd overzicht van het LBIO, dat de vrouw voorafgaand aan de mondelinge behandeling van het hoger beroep door het hof heeft overgelegd en waarvan de inhoud niet op enige wijze door de man is bestreden, is het oordeel van het hof inderdaad onbegrijpelijk. Uit het overzicht blijkt dat de man de verschuldigde alimentatie tot en met februari 2010, het tijdstip dat het overzicht is opgesteld, iedere maand heeft voldaan en dat genoemde achterstand uit het verleden dateert. Op grond van de beschikking van het hof zal de vrouw dus inderdaad een omvangrijk bedrag dienen terug te betalen. In rov. 4.14 stelt het hof vast dat de vrouw vanaf 1 januari 2010 een draagkracht van € 343,-- per maand heeft, waarvan zij naar het oordeel van het hof in rov. 4.5 en 4.15 ruim € 150,-- per maand zal moeten uitgeven aan de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Zonder nadere motivering, die in de beschikking van het hof ontbreekt, valt daarom niet in te zien dat de door het hof vastgestelde ingangsdatum geen ingrijpende gevolgen heeft voor de vrouw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76fb2dbc8d845d4fea715e5f5d6af36818cdcc2146a5e0722ccfd9d4c2db6090. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76fb2dbc8d845d4fea715e5f5d6af36818cdcc2146a5e0722ccfd9d4c2db6090, en de alinea staat in dat document op bytes 8755 tot 9871.