Citaat | Hoge Raad 18 november 2011
Alinea 92 Hoge Raad 18 november 2011
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BS1706.
3.5.6 Onderdeel IV.4.1 klaagt dat het hof bij zijn oordeel eraan heeft voorbijgezien dat het als het verzoekende gerecht niet bevoegd was te oordelen en te beslissen op een verzoek om een bewijsverkrijgingsbevel van het aangezochte gerecht tot het overleggen door de te horen getuige van bewijsmateriaal. Het onderdeel mist feitelijke grondslag en kan daarom niet tot cassatie leiden. Het hof heeft niet miskend dat het niet de bevoegde rechter was om op zodanig - ook niet aan hem voorgelegd - verzoek te beslissen, maar naar Nederlands recht geoordeeld dat geen aanleiding bestond in het bewuste formulier op te nemen dat de getuige zou moeten worden geïnstrueerd stukken naar het getuigenverhoor mee te nemen. Daartoe was het hof bevoegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55ecc04d47e97a837f99a2060b790ebe1032382f28b6dc625279d177e1f28e6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55ecc04d47e97a837f99a2060b790ebe1032382f28b6dc625279d177e1f28e6a, en de alinea staat in dat document op bytes 32397 tot 33152.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/55ecc04d47e97a837f99a2060b790ebe1032382f28b6dc625279d177e1f28e6a | shasum -a 256