Citaat | Hoge Raad 20 december 2011
Alinea 32 Hoge Raad 20 december 2011
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BS1742.
Het gegeven dat de wet niet voorziet in een specifieke regeling omtrent de inzet van een "stand-in" als in het onderhavige geval is geschied, brengt op zich zelf niet mee dat zodanige inzet onrechtmatig is. Voorts geldt het volgende. De inzet is besproken met en goedgekeurd door de officier van justitie. De opsporingsambtenaren hebben zich van meet af aan bij proces-verbaal over die inzet verantwoord. De verdachte is niet gebracht tot enig strafbaar feit waarop zijn opzet niet reeds was gericht. De gepleegde strafbare feiten waren ernstig en de omvang van de fraude was groot. De bedragen die ermee gemoeid waren, beliepen soms vele duizenden euro's. De fraude strekte zich uit over diverse landen en er kon een gerechtvaardigd vermoeden bestaan dat deze in georganiseerd verband werd begaan. Het belang van het overgaan tot opsporing en aanhouding van de daders was derhalve groot, waarbij het belang van een aanhouding op heterdaad eveneens groot kon worden geacht. Het slachtoffer waarmee de ontmoeting had moeten plaatsvinden wilde deze uit angst niet laten doorgaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95ea85741bfb0a51f0464df9a0ff612545d380638e97b7db004ee30b2f9db979. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95ea85741bfb0a51f0464df9a0ff612545d380638e97b7db004ee30b2f9db979, en de alinea staat in dat document op bytes 11623 tot 12713.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95ea85741bfb0a51f0464df9a0ff612545d380638e97b7db004ee30b2f9db979 | shasum -a 256