Citaat | Hoge Raad 1 november 2011

Alinea 47 Hoge Raad 1 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 1 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT1805.

Op grond van alle boven weergegeven feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien en bezien in samenhang met wat overigens uit de bewijsmiddelen naar voren komt, is het hof van oordeel dat verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 3], [betrokkene 3] en [medeverdachte 1] het vooropgezette plan de Duitse mannen van hun geld te ontdoen door hun handelen hebben opgevolgd en ondersteund. Zij zijn naar de afgesproken plaats gereden en zijn afgegaan op het geschreeuw in het park. Het feit dat zij aanwezig waren op de plaats van de 'rip', terwijl die nog gaande was, zorgde voor een getalsmatige versterking, waardoor een meer dreigende situatie is ontstaan. Daarbij wijst het hof op de verklaring van aangever [slachtoffer 1] die heeft verklaard dat hij zag dat er meerdere personen in zijn richting kwamen, dat hij niet de indruk had dat dit passanten waren en dat dit op hem een bedreigende indruk maakte. Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij zag dat er drie à vier personen bij kwamen en dat hij erg bang was en om hulp schreeuwde. Toen hij en [slachtoffer 1] wegrenden, werden zij nog even achtervolgd door een persoon. Dit was een andere persoon dan de twee jongens waarmee zij even tevoren in het feitelijk gevecht waren verwikkeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f68d4cd38fc3b21f7450de01fded9e32467063f1c08fac5b4d9dfebfa81663ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f68d4cd38fc3b21f7450de01fded9e32467063f1c08fac5b4d9dfebfa81663ad, en de alinea staat in dat document op bytes 13906 tot 15184.