Citaat | Hoge Raad 1 november 2011

Alinea 21 Hoge Raad 1 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 1 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT1819.

Op zondag 22 juni 2008, omstreeks 00.30 uur, stond ik in de buurt van de woning van [betrokkene 1] en kwam vanuit het niets [betrokkene 2]. Ik zag en voelde dat [betrokkene 2] mij in mijn nek sloeg. Ik viel door de klap op de grond. Ik ben weer opgestaan. Ik heb toen met mijn schoen op het hoofd van [betrokkene 2] geslagen. Vanaf dat moment zag ik dat ook andere personen zich met de ruzie gingen bemoeien. Ik merkte dat dit allemaal tegen mij gericht was. Ik zag en voelde dat ik op dat moment door meerdere personen trappen kreeg en werd geduwd. Ik weet niet meer precies wie allemaal hebben getrapt toen ik nog stond. Ik weet zeker dat de personen die aan het trappen waren de mensen waren die ook in de woning van [betrokkene 1] aanwezig waren. Dit waren buiten [betrokkene 2] om nog 2 of 3 personen. Ik ben op een gegeven moment omgevallen. Ik kreeg toen ik op de grond lag meerdere trappen. Ik kan mij nog herinneren dat ik van [betrokkene 2] meerdere trappen heb gehad op mijn hele lichaam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a9a1908eba448d9c57858b92ff0d2c1487ad903336cdf6a0eedc3027d7c5914b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a9a1908eba448d9c57858b92ff0d2c1487ad903336cdf6a0eedc3027d7c5914b, en de alinea staat in dat document op bytes 8304 tot 9316.