Citaat | Hoge Raad 1 november 2011
Alinea 18 Hoge Raad 1 november 2011
Een alinea uit Hoge Raad 1 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT1871.
"Ik kreeg in januari 2009 van [verdachte] het aanbod om in een pand aan de [a-straat 1] te Vlissingen te gaan wonen. Dat pand is eigendom van [betrokkene 1]. Onder deze woning bevindt zich een winkel en daaronder een kelder. De kelderruimte stond vol met weed. Ik zou oppassen. Ik was de enige die daar woonde, Op 27 april 2009 om 03.00 uur is daar ingebroken en heeft iemand weed gestolen. Om 4.20 uur hoorde ik dat iemand het pand verliet. Zelf ging ik om 4.25 uur naar buiten naar mijn werk. [Verdachte] en [slachtoffer] kwamen aanrennen. Ik zag [verdachte] op mij afstormen. Ik voelde dat hij met iets in mijn been en in mijn rug stak. Later bleek het een mes. Ik voelde aan mijn been en zag dat de wond heel hard bloedde. Mijn hand zat onder het bloed. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat ik naar binnen moest. Ik voelde dat ik door beiden geslagen werd. Ze duwden tegen mij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be6189855346bdbddc6428f4173281b108635f948af752f8b01f21fdcf632f22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be6189855346bdbddc6428f4173281b108635f948af752f8b01f21fdcf632f22, en de alinea staat in dat document op bytes 7154 tot 8044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be6189855346bdbddc6428f4173281b108635f948af752f8b01f21fdcf632f22 | shasum -a 256