Citaat | Hoge Raad 1 november 2011
Alinea 28 Hoge Raad 1 november 2011
Een alinea uit Hoge Raad 1 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT1871.
2.3. Het kennelijke oordeel van het Hof dat de verdachte door de in de bewezenverklaring bedoelde messteken in de rug en in de achterzijde van het rechterbovenbeen willens en wetens de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer] heeft aanvaard, is niet zonder meer begrijpelijk. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat uit de inhoud van gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid in welk deel van de rug het slachtoffer is gestoken en evenmin met welke kracht de bewezenverklaarde steken zijn toegebracht, terwijl het Hof over de aard van de verwondingen niet meer heeft vastgesteld dan het gapende scherpgerande wonden betrof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be6189855346bdbddc6428f4173281b108635f948af752f8b01f21fdcf632f22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be6189855346bdbddc6428f4173281b108635f948af752f8b01f21fdcf632f22, en de alinea staat in dat document op bytes 8915 tot 9571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be6189855346bdbddc6428f4173281b108635f948af752f8b01f21fdcf632f22 | shasum -a 256