Citaat | Hoge Raad 9 december 2011
Alinea 46 Hoge Raad 9 december 2011
Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2708.
3.4.3 Naar blijkt uit de travaux préparatoires, is tegen de beslagmogelijkheden die met art. 3 lid 4 zijn ontstaan, bezwaar gerezen bij de beraadslagingen over het ontwerp. Dat bezwaar betrof, voor zover hier van belang, de ruime mogelijkheid om beslag te leggen op het schip waarop de zeerechtelijke vordering betrekking heeft, in het geval dat de debiteur van de vordering niet de eigenaar van het schip is. In verband daarmee is voorgesteld de eis te stellen dat beslag alleen mogelijk is indien de schuldeiser het recht heeft om de vordering op het schip uit oefenen of te verhalen, bijvoorbeeld op grond van een zakelijk recht. Uit de travaux préparatoires (p. 344-348) valt af te leiden dat dit voorstel het niet heeft gehaald omdat het Verdrag uitsluitend de mogelijkheid van conservatoir beslag regelt en niet de mogelijkheid om verhaal op het schip te nemen of enig recht daarop uit te oefenen (art. 9 van het Verdrag, in het ontwerp nog artikel 10; vgl. ook art. 1, aanhef en onder 2, en de eerste woorden van art. 3 lid 1). Die laatste mogelijkheid wordt beheerst door het volgens de regels van internationaal privaatrecht van toepassing zijnde nationale of eenvormige internationale recht. Naar aanleiding van een Noors voorstel is bijvoorbeeld door het Nederlandse delegatielid Asser opgemerkt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7f652a34bdbd7de36a747e11889e2443039ca3f9dead7f974ab184c361889063. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7f652a34bdbd7de36a747e11889e2443039ca3f9dead7f974ab184c361889063, en de alinea staat in dat document op bytes 17213 tot 18535.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7f652a34bdbd7de36a747e11889e2443039ca3f9dead7f974ab184c361889063 | shasum -a 256