Citaat | Hoge Raad 9 december 2011

Alinea 63 Hoge Raad 9 december 2011

Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2921.

3.4.3 Onderdeel D.1 betoogt dat indien het hof met zijn oordeel dat de bewijskracht van de verklaringen van de "partijdeskundigen" [betrokkene 4] en [betrokkene 7] niet afwijkt van de door de rechtbank benoemde deskundige [betrokkene 6], tevens bedoelt dat het niet gehouden is tot een nadere motivering voor het niet volgen van het oordeel van [betrokkene 6], het blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting in het licht van HR 5 december 2003, LJN AN8478, NJ 2004/74. Dat geldt eens te meer nu de meningen van [betrokkene 4] en [betrokkene 7] niet zijn neergelegd in (zelfstandige) deskundigenrapporten, maar niet meer dan brieven zijn waarin enkele kanttekeningen worden geplaatst bij het deskundigenrapport van [betrokkene 6], aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/748ad790a8cdabe8b17d762718a2128d95edfb8624a0e1f84c909a8f165b982e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 748ad790a8cdabe8b17d762718a2128d95edfb8624a0e1f84c909a8f165b982e, en de alinea staat in dat document op bytes 18408 tot 19173.