Citaat | Hoge Raad 22 november 2011
Alinea 40 Hoge Raad 22 november 2011
Een alinea uit Hoge Raad 22 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT6402.
2.6. Dit behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden. Het Hof heeft blijkens de gebezigde bewijsmiddelen vastgesteld dat de verbalisanten voorafgaand aan het betreden van de woning waarin zowel de verdachte als de aangeefster woonachtig waren, van [betrokkene 1] sms-berichten te zien kregen die afkomstig waren van de aangeefster en die inhielden dat zij door de verdachte werd bedreigd en dat het alarmnummer gebeld moest worden. Tegen de achtergrond van deze feiten en omstandigheden en in aanmerking genomen dat ingevolge art. 8, tweede lid, in verbinding met art. 2 Politiewet 1993 politieambtenaren bevoegd zijn elke plaats, inclusief woningen, te betreden voor zover dat voor het verlenen van hulp redelijkerwijs nodig is, alsmede gelet op het bepaalde in art. 1, tweede lid, Awbi, heeft het Hof terecht geoordeeld dat bewijsuitsluiting niet aan de orde kan zijn, wat er zij van de gronden waarop het Hof dat oordeel heeft doen steunen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ef65966cf524aa463bc7a81db82a329b438f8e4a2d6476d934f70b0ceab19b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ef65966cf524aa463bc7a81db82a329b438f8e4a2d6476d934f70b0ceab19b8, en de alinea staat in dat document op bytes 16522 tot 17478.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ef65966cf524aa463bc7a81db82a329b438f8e4a2d6476d934f70b0ceab19b8 | shasum -a 256