Citaat | Hoge Raad 16 december 2011
Alinea 64 Hoge Raad 16 december 2011
Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT6685.
3.10 Deze rechtsopvatting is juist. Zou de hiervoor bedoelde derde wel als gedoogplichtige kunnen verlangen dat de aanbieder op eigen kosten tot verplaatsing overgaat zou, zoals het hof in rov. 5.2 terecht uiteenzet, het door de wet bedoelde onderscheid tussen een gedoogplichtige door of vanwege wie werken worden uitgevoerd (die aanspraak heeft op verplaatsing van de kabels door de aanbieder op diens kosten) en een derde door of vanwege wie werken worden uitgevoerd (die geen zodanige aanspraak kan doen gelden) vervallen. De in de Telecommunicatiewet geregelde gedoogplicht rust, zoals in art. 5.2 lid 1 van die wet tot uitdrukking is gebracht, op rechthebbenden en beheerders van gronden. Onder de hier bedoelde beheerders van gronden kan onder omstandigheden ook een gebruiker vallen, maar niet een gebruiker die de grond slechts in gebruik heeft gekregen om daarop de werken te laten uitvoeren waarvoor de verplaatsing van kabels nodig is, ook niet als die gebruiker toekomstig eigenaar van de gronden is en niet van plan is om die gronden later weer aan de vorige eigenaar terug te leveren. Hierop stuiten alle klachten van onderdeel 2 af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d8f96bd2296bf7de46d94fb5ca4be0ba4908bfa809a760704035fcd564836e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d8f96bd2296bf7de46d94fb5ca4be0ba4908bfa809a760704035fcd564836e1, en de alinea staat in dat document op bytes 18238 tot 19399.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d8f96bd2296bf7de46d94fb5ca4be0ba4908bfa809a760704035fcd564836e1 | shasum -a 256