Citaat | Hoge Raad 16 december 2011
Alinea 66 Hoge Raad 16 december 2011
Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7494.
3.2.3 Aldus heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot de omvang van de rechtsstrijd in appel. Die wordt naar vaste rechtspraak immers niet enkel en definitief omlijnd door de appeldagvaarding maar mede door de in de memorie van grieven voorgestelde grieven. Blijkens art. 343 lid 1 Rv. behoeft de appeldagvaarding immers niet de middelen uit te drukken waarop het hoger beroep is gegrond, zodat de appellant bij het opstellen daarvan zijn aandacht nog niet op een scherpe omlijning van het hoger beroep behoeft te richten. Weliswaar sluit het voorgaande niet uit dat de appellant de omvang van het door hem ingestelde hoger beroep in de appeldagvaarding kan beperken in dier voege dat hij daarvan in de memorie van grieven niet kan terugkomen, maar daartoe is een ondubbelzinnige verklaring in de dagvaarding nodig, waaruit de wederpartij redelijkerwijs moet afleiden dat voor het overige in het vonnis wordt berust (vgl. HR 27 april 1990, LJN AB8149 en LJN AB8150, NJ 1991/121 en 122).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f24eccdd520797cfd2940059d2060f6c584e3e25a89f6e552db9aae98aba51bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f24eccdd520797cfd2940059d2060f6c584e3e25a89f6e552db9aae98aba51bf, en de alinea staat in dat document op bytes 16054 tot 17091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f24eccdd520797cfd2940059d2060f6c584e3e25a89f6e552db9aae98aba51bf | shasum -a 256